Deel 1 Schlichting: 10 criteria, max. 40 punten. Deel 2 Behandeling: 10 criteria, max. 40 punten. Beide delen minimaal 20 punten.
Labels: (0) O · (1) BV · (2) V · (3) G · (4) ZG. Kritisch: criterium 10, 15 en 17 minimaal V.
Gebruik wanneer: je lesnotities eenmaal zijn opgeschoond.
Niet voor: ruwe transcripties bewaren of alles opnieuw lezen.
Klaar wanneer: je een lesvraag zonder bron kunt beantwoorden.
Lessen · Flitscolleges · Studietaken
Loop W1 tot en met W15 door, koppel flitscolleges aan de les en train wat overblijft met mondelinge praktijkvragen, schriftelijke toetsvragen en slimme drill.
Toetskaart
Deel 1 Schlichting: 10 criteria, max. 40 punten. Deel 2 Behandeling: 10 criteria, max. 40 punten. Beide delen minimaal 20 punten.
Labels: (0) O · (1) BV · (2) V · (3) G · (4) ZG. Kritisch: criterium 10, 15 en 17 minimaal V.
Voldoende vanaf 74,25 punten. 15 stellingen samen 25 punten met gokkanscorrectie.
5 open casussen samen 110 punten: casus 1, 3 en 5 tellen 20 punten; casus 2 en 4 tellen 25 punten.
Train dus vooral: begrip juist gebruiken, casusbewijs noemen en afsluiten met conclusie of advies.
Studentencoach
Stel een korte vraag. De coach geeft één leeractie en één toetszin.
Mijn leerroute
Wat open blijft, wordt je korte route naar mondeling ZG of schriftelijk meer punten. De coach maakt er direct aparte oefeningen van.
Controleer
1. Kernkaart
2. Toetsankers
Weekplanner
3. Oefenmodus
Nog geen antwoord nagekeken.
4. Modelantwoord
5. Slimme toetsdrill
De drill kiest eerst onderwerpen die je nog niet geoefend hebt, daarna zwakke plekken, en laat beheerste onderwerpen af en toe terugkomen.
6. Bewijs
Markeer pas als je mondeling zonder modelantwoord richting ZG komt én schriftelijk een volledig casusantwoord kunt schrijven.